Coronavirus

(update 14 september)

De Raphaëlstichting biedt zorg en ondersteuning aan mensen met een beperking. Altijd, dus ook tijdens de coronacrisis. Vanwege de coronamaatregelen gaan er nu wel dingen anders, zoals bijvoorbeeld dagactiviteiten of bezoek. Die veranderingen hebben veel gevolgen voor cliënten, verwanten en medewerkers.

Gelukkig zijn de maatregelen stapje voor stapje  versoepeld en gaat het leven op onze locaties voorzichtig naar een ‘nieuw normaal’. Daar zijn we heel blij mee! Verwanten en cliënten kunnen elkaar weer ontmoeten. De dagbesteding is weer opgestart en logeren is weer mogelijk. Dit alles uiteraard met inachtneming van de hygiënevoorschriften en de anderhalve meter om ervoor te blijven zorgen dat het virus geen vat krijgt op onze kwetsbare doelgroep.

Vraag en Antwoord

Wanneer is er een vermoeden van besmetting?
We spreken van een vermoeden als er klachten zijn bij cliënten die passen bij het coronavirus en er een test is ingestuurd en/of als er contacten zijn geweest met bewezen positief geteste patiënt(en).

Welke symptomen kunnen wijzen op een COVID-19 (Corona) besmetting?
verkoudheidsklachten, zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn en/of
hoesten; en/of
benauwdheid en/of
verhoging of koorts en/of
plotseling verlies van reuk en/of smaak.

Quarantaine
Mocht er op een woonhuis sprake zijn van een vermoeden van besmetting (bij een medewerker of een cliënt), dan zal het woonhuis in quarantaine gaan. Hoe deze quarantaine er uitziet, kan per casus verschillen en wordt bepaald door het impactteam/arts. Een quarantaine bij een vermoeden van een besmetting heeft minder ingrijpende maatregelen dan een isolatie, waarvan sprake is bij een daadwerkelijke besmetting.

Het woonhuis blijft in quarantaine totdat het impactteam/arts bepaalt dat dit wordt opgeheven. Indien de testuitslag negatief was, ligt het voor de hand dat de quarantaine kan worden opgeheven.

Wanneer is er sprake van een daadwerkelijke besmetting?
Er is sprake van een daadwerkelijke besmetting, indien deze door een test is aangetoond. Mocht er op het woonhuis een daadwerkelijke besmetting zijn dan wordt dit gemeld bij de GGD en gaat het woonhuis in isolatie.

1. Iedere cliënt heeft recht op bezoek.
VV-cliënten
Bezoek op alle verpleeghuislocaties is weer mogelijk indien er geen besmetting is. Hoe en onder welke voorwaarden bezoek plaats vindt, is aan de verpleeglocatie. Zij doen dit in samenspraak met de cliëntenraad en een vertegenwoordiging van de zorgprofessionals.
VG-cliënten
a. Cliënten die zich aan de algemene randvoorwaarden kunnen houden,waaronder de 1,5 meter afstand, kunnen bezoek ontvangen van wisselende personen.
b. De beste manier om besmetting te voorkomen is het houden van afstand. Voor cliënten waar de 1,5 meter niet gewaarborgd kan worden, is het medisch gezien noodzakelijk dat de kring van bezoekers beperkt is. Bij voorkeur de mensen die altijd een rol van betekenis hebben in het leven van de cliënt. Het is van belang dat er samen met cliënt/verwant, begeleider en gedragskundige/AVG een risicoafweging wordt gemaakt. Hierbij gaat het om de afweging van ervaren kwaliteit van leven en de risico’s van besmetting bij veel verschillende contacten.
c. Er vindt geen bezoek plaats bij (milde) klachten van bezoeker en/of zijn huishouden.

2. We streven naar een balans tussen medisch én sociaal-emotioneel welzijn van mensen met een beperking. Dat wil zeggen dat het vermijden van risico’s op medische gronden niet in alle gevallen prevaleert. Dit vraagt om een zorgvuldig overleg in de driehoek met respect voor ieders verantwoordelijkheden waarbij tevens arts en gedragsdeskundige zijn betrokken.

3. Maatwerk
– Eventuele medische risico’s voor de cliënt worden, net als risico’s voor kwetsbare medecliënten, meegenomen in het vormgeven van de bezoekregeling. Deze afwegingen worden multi-disciplinair gemaakt.
– Er wordt samen met cliënt en/of verwant of belangrijke anderen concrete afspraken gemaakt over het bezoek ontvangen.

1. Onderling worden tussen cliënt, verwanten en begeleider afspraken gemaakt over logeren.
Uit logeren gaan vindt bij voorkeur plaats bij de mensen die ook op bezoek komen. Op die manier wordt het aantal wisselende contacten beperkt.
Logeren vindt plaats bij verwanten die geen coronaklachten hebben.
Wanneer de cliënt of degene waar de cliënt bij logeert ziekteverschijnselen krijgt die passen bij COVID-19, wordt dit direct gemeld bij de zorgorganisatie. Degene met klachten laat zich testen. De uitslag van de test wordt in de logeersituatie afgewacht. Wanneer er een positieve testuitslag is dan wordt met de verwanten overlegd of de cliënt in logeersituatie (dit heeft de voorkeur) of bij de zorgorganisatie in quarantaine gaat.

2. Voor terugkeer naar de woongroep vindt triage plaats:
Wanneer een cliënt bij verwanten logeert, is terugkeer naar de instelling mogelijk wanneer er bij de cliënt en verwanten geen verschijnselen zijn die passen bij COVID-19. Bij verschijnselen wordt er eerst getest en moet de uitslag bekend zijn, voordat terugkeer naar de woongroep en contact met andere cliënten weer mogelijk is.
Heeft de cliënt geen klachten (neusverkoudheid, niezen, hoesten, kortademigheid, keelpijn, vermoeidheid) en geen koorts? (eventueel temperaturen): dan kan deze terugkomen op de woongroep.
Heeft de cliënt wel klachten of koorts?: dan wordt in overleg met verwanten gekeken of cliënt thuis kan uitzieken en wordt cliënt getest op het coronavirus. Indien de cliënt niet thuis kan uitzieken, wordt de cliënt getest op het coronavirus en komt de cliënt op de locatie in isolatie totdat de uitslag van de test bekend is. De temperatuur wordt tweemaal daags opgenomen en geregistreerd in Ons-ECD.

3. Na terugkeer wordt het ontstaan van klachten extra goed in de gaten gehouden.

4. Respijtzorg
Logeren bij een zorgorganisatie (respijtzorg) is mogelijk wanneer cliënt en verwanten klachtenvrij zijn. Ook voor logeeropvang zijn de hiervoor genoemde randvoorwaarden het uitgangspunt. Dit kan betekenen dat logeren anders vormgegeven moet worden door de huidige beperkingen.
Als de cliënt klachten krijgt die passen bij COVID-19 gaat een cliënt zo spoedig mogelijk naar huis. Wanneer er tijdens of vlak na het logeren bij een cliënt of verwant klachten optreden die passen bij COVID-19, wordt dit direct gemeld aan de zorgorganisatie. Bij klachten wordt er getest.

5. Er geldt een bezoek/logeerverbod als op een woning een (verdenking van) COVID-19 is bij een cliënt. Dit verbod geldt tot de cliënt is getest en de uitslag negatief is.
Bij een positieve uitslag van cliënt of medewerker is er sprake van quarantaine en geldt een bezoek-/ logeerverbod tot en met het einde van de quarantaineperiode. Dit gaat in overleg met de GGD/ en/of de medische dienst en naasten/verwanten van de cliënten.

6. Algemene uitgangspunten voor logeren onder voorwaarden zijn:
Het overheidsbeleid en de algemene maatregelen van het RIVM zijn leidend en kaderstellend, denk hierbij aan:

  • Houdt 1,5 meter afstand.
    Dit geldt voor:
    – Volwassenen onderling
    – 12-18 jarigen naar volwassenen1,5 meter afstand houden geldt niet voor:
    – Kinderen onderling
    – Kinderen tot 12 naar volwassenen
    – 12-18 jarigen onderling
    – Mensen die hulp of ondersteuning nodig hebben en hun begeleiders
    – Hygiënemaatregelen (handhygiëne; geen handen geven; hoesten en niezen in de elleboog; papieren zakdoekjes gebruiken);
    –Geen logeren als er gezondheidsklachten zijn bij de cliënt, de verwanten of in het netwerk;
  • het vermijden van drukte.

Vanaf 1 juni 2020 is voor iedere cliënt, zowel degenen die in instellingen wonen als degenen die thuis of in een kleinschalig wooninitiatief wonen, op een goede manier invulling gegeven aan dagbesteding. Voor de gehandicaptenzorg betekent dit dat vanaf 1 juni de dagbesteding op specifieke dagbestedingslocaties zoveel als mogelijk, stap voor stap weer is opgestart met de 1,5 meter afstand als uitgangspunt.

Duidelijk is dat – zolang de algemene maatregelen in Nederland gelden – dit consequenties heeft voor de dagbesteding. Invulling van dagbesteding zal anders zijn dan vóór de corona-periode. Als de locatie voor dagbesteding nog niet volledig open kan, dan wordt voor de cliënten die nog niet naar de vertrouwde locatie voor dagbesteding kunnen een vorm van alternatieve dagbesteding geboden. In samenspraak met de cliënt/vertegenwoordiger wordt vastgesteld wat een geschikt alternatief zou kunnen zijn.

Het beschikbaar houden van goede zorg is de prioriteit van alle locaties van de Raphaëlstichting. Als er plek is kunnen nieuwe cliënten in principe komen wonen.
Er wordt altijd per cliënt gekeken wat in de betreffende situatie de beste oplossing is. Soms kan het beter zijn om een cliënt (nog) niet op te nemen.
Er wordt ook gekeken of de cliënt niet besmet is, of er voldoende personeel beschikbaar is dat veilig kan werken en of er geen mensen op de locatie al besmet zijn.

  • Medewerkers worden getest door de GGD bij een teststraat.
  • Bij cliënten worden de testen afgenomen door daartoe opgeleide medewerkers (veelal verpleging) en de resultaten van de test wordt door de instellingsarts opgestuurd en beoordeeld. Dit om de procedure te versnellen en onnodige spanning bij het testen zoveel mogelijk te voorkomen.

Door de locatie waar uw verwant woont of dagbesteding geniet. Dat kan middels nieuwbrieven, maar ook rechtstreeks via de persoonlijk begeleider.
Het bestuur van de Raphaëlstichting informeert – indien nodig – per brief die via de email wordt verstuurd.

Met het toenemen van de kans op een mogelijke tweede golf, merken wij dat medewerkers en ook ouders en/of verwanten zich soms zorgen maken. Leeft u met gevoelens van angst en onzekerheid en komt u er in gesprekken op de locatie niet uit, dan kunt u contact opnemen met een coachteam van de Raphaëlstichting. Hij of zij kan meekijken naar wat uw zorgen zijn en waar mogelijk helpen deze te hanteren. Het e-mailadres is: coaching@raphaelstichting.nl.

Achter de schermen wordt er hard gewerkt, net als voor de schermen. Om u een inkijkje te geven:
– Wekelijks (en indien nodig: dagelijks) bespreekt het crisisteam van de Raphaëlstichting, onder voorzitterschap van het bestuur de actuele stand van zaken rondom de locaties; denk dan aan ziektegevallen, uitval medewerkers, voorraadbeheer, overheidsbeleid, communicatie, enzovoorts. Behalve de bestuursvoorzitter bestaat dit team uit een arts (AVG) en medewerkers van de afdelingen HR, Inkoop, Kwaliteitsdienst en Communicatie.
– De uitkomsten van het overleg worden met de instellingen besproken waarna acties worden uitgezet.
– Er is een mobiliteitsbureau opgezet om medewerkers te koppelen aan woonlocaties waar vraag is naar medewerkers.
– Er vindt met regelmaat overleg plaats met collega-instellingen, de GGD (dit is lokaal), de GOHR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisaties in de Regio) en eventueel het ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorg), met branches als VGN en Actiz maar ook met de Centrale Ondernemingsraad en de Centrale Cliëntenraad.
–  Elke locatie werkt met een impactteam. Dit team monitort de verschillende vormen van maatwerk op elke locatie en houdt zicht op de toepassing van de (hygiëne)regels en (landelijke) voorschriften.

Meer nieuws

Jaarverantwoording 2019 , klik hier
Annemarie Zuidweg – nieuw lid raad van bestuur, klik hier