Brediablick _ Ostara

 

Breidablick baseert haar visie op de antroposofische menskunde. Hierin wordt de mens gezien als een geestelijk wezen dat zich ontwikkelt door opeenvolgende incarnaties.

Een mens op aarde is te zien als een samenstel van lichaam, ziel en geest. Iemands levensloop wordt deels bepaald door zijn levenslot en deels door zijn eigen streven. De mensen om hem heen zijn daarmee verbonden. Een mens incarneert om zich met de aarde, zijn medemensen en met de geschiedenis te verbinden. Het opdoen van ervaring, het ontplooien van talenten en het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden zijn daarbij essentieel.

Antroposofische zorg

De antroposofische benadering komt voort uit een geesteswetenschappelijke methode om de wereld en de mens in hun materiële en spirituele samenhang te leren kennen.
Deze methode is in de eerste decennia van de twintigste eeuw ontwikkeld door Rudolf Steiner (1861-1925) in samenwerking met vele medewerkers, zoals de arts Ita Wegman. In Nederland heeft met name Bernard Lievegoed aan de wieg van de antroposofische gehandicaptenzorg gestaan.

In de antroposofische gehandicaptenzorg onderscheiden we de heilpedagogie en de sociaaltherapie. Heilpedagogie is het therapeutisch omgaan met kinderen om hun ervaringshorizon en leermogelijkheden te vergroten. Bij het in zijn ontwikkeling belemmerde kind gaat het erom diens karakteristieke individualiteit te ontmoeten. Welke bijzondere mogelijkheden en welke intenties schuilen er in dit kind?

De sociaaltherapie richt zich op de begeleiding en ondersteuning van de volwassene uit het oogpunt van de gelijkwaardigheid tussen mensen. Voor volwassenen is het belangrijk te merken dat zij aangesproken worden op wat ze doen. Ook zij vinden het van groot belang dat zij iets voor een ander kunnen betekenen, dat zij een sociale verantwoordelijkheid kunnen ontwikkelen.

Wonen

In het geval van wonen in een groep worden deze meestal verticaal en heterogeen samengesteld. Dat betekent dat de bewoners van een groep sterk in leeftijd kunnen verschillen en ook heel verschillende zorgvragen kunnen hebben. Daardoor ontstaat er een soort familiestructuur waar de ene bewoner iets voor de andere kan betekenen.

Bewoners hebben een eigen (slaap)kamer waarin zij op zichzelf kunnen zijn. Het accent van het leven ligt echter in de huiskamer, zodat er een beroep wordt gedaan op hun sociale ontwikkeling.

Het uitgangspunt van de begeleiding is de individuele ontwikkeling naar lichaam, ziel en geest. Zorg te verlenen aan iemand met een ontwikkelingsvraag betekent in dat geval meer dan alleen het waken over iemands fysiek en psychisch welzijn. Het gaat om het vinden en benutten van individuele ontwikkelingsmogelijkheden. Daarom zal de begeleider niet alleen de natuurlijke en huiselijke omgeving verzorgen, maar ook aan zijn eigen innerlijke houding werken. Want de innerlijke luisterkwaliteit van de medewerker is vaak bepalend voor de mate waarin een bewoner zijn intenties duidelijk kan maken.

Een belangrijk doel van de antroposofische gehandicaptenzorg is dat mensen zich kunnen thuisvoelen op aarde. Iemand met een ontwikkelingsstoornis kan vaak hulp gebruiken om ‘goed in zijn vel’ te zitten en het aardse bestaan aantrekkelijk te vinden. De begeleider in het wonen wil daarom een goede sfeer scheppen waarin een mens kan voelen dat het waarde heeft om samen met anderen op aarde te leven.

Werken
Volwassenen hebben recht op een passende vorm van echt werk. Bezigheidstherapie kennen wij niet. In de sociaaltherapeutische gemeenschap worden velerlei werkplaatsen ingericht, want iedereen moet passend werk kunnen vinden. Hoe veelzijdiger het aanbod van werkmogelijkheden, hoe groter de ontwikkelingskansen voor iedereen. Aan het werken groeit de gehandicapte mens, net zoals de werkplaatsleider zelf. En het is tegelijk werk waar de maatschappij iets aan moet hebben; producten moeten kwalitatief goed zijn.

Werken is een gemeenschappelijke aangelegenheid: met elkaar maak je voor anderen een product. Ieder draagt zijn steentje bij aan het product en maakt zich zodoende dienstbaar aan het geheel. Daardoor ontstaat een terecht gevoel van eigenwaarde. Al doende worden nieuwe vermogens ontwikkeld: handvaardigheid, doorzettingsvermogen, inzicht in het werkproces.

Mensen die ergens anders wonen zijn welkom op onze werkplaatsen, voor stages of voor werk. Uiteraard kunnen de mensen die bij ons wonen, ook naar buiten om ergens anders aan de slag te gaan.

Bij volwassenen ligt het accent op de productie of dienstverlening. Er wordt gewerkt met vaste regelmaat aan een product dat in samenspel (door arbeidsdeling) wordt gemaakt. De individuele mens blijft niettemin centraal staan; de aanpassing van de werkzaamheden aan iemands mogelijkheden moet dus tijdens het werkproces plaatsvinden. Grote inventiviteit is gevraagd om de onderdelen van het werkproces op iemands mogelijkheden toe te snijden.

Binnen de Raphaëlstichting bestaan tientallen werkmogelijkheden: van boerderij tot weverij, van bakkerij tot smederij. Er worden zelfs muziekinstrumenten gebouwd die over de hele wereld worden verkocht (zie ook www.choroi.nl).

Vrije Tijd

Mensen zijn geen geïsoleerde wezens, zij zijn op elkaar aangewezen. De vraag is alleen of die sociale band uiterlijk wordt geconstrueerd met behulp van regels, of ook innerlijk kan worden opgebouwd uit daadwerkelijke betrokkenheid.
Mensen die een zorgvraag hebben, roepen in anderen vaak sociale gevoelens op. Kennelijk hebben zij op dit punt een bijzonder vermogen. In de sociaaltherapie wordt dit tot uitgangspunt genomen.

Een belangrijk gebied daarbij is het culturele leven. Iedere samenleving is gebaseerd op cultuur. Zonder kennis en verhalen, zonder kunst en religie heeft een samenleving geen veerkracht en geen draagkracht. In de instellingen heerst een druk cultureel leven. Veel wordt zelf gedaan. Zo zijn er muziekensembles die zelfs in het buitenland muziekuitvoeringen verzorgen.

‘s Avonds zijn er tal van groepsactiviteiten zoals volksdansen, zingen, musiceren, het instuderen van een (geïmproviseerd) toneelstuk, enzovoort. In het weekend zijn er allerhande voorstellingen en uitvoeringen; uit het hele land komen ensembles en gezelschappen naar de grote zaal.

Medische behandeling

In de antroposofische geneeskunde zijn nieuwe behandelingsmethoden ontwikkeld die bedoeld zijn als een aanvulling op de reguliere geneeswijze. Aan de instellingen is in de regel een antroposofisch arts verbonden. Deze heeft naast de reguliere artsenopleiding ook een antroposofische applicatieopleiding gevolgd. De medisch-therapeutische staf onderhoudt vaste relaties met de medisch specialisten in de regio. Van de gangbare medische behandelwijzen wordt dus ook gebruik gemaakt. Maar ieder mens wordt individueel behandeld op basis van een persoonsgerichte diagnose.

Antroposofische farmaceuten hebben speciale geneesmiddelen ontwikkeld voor velerlei somatische en psychische ziekteverschijnselen. Ook voor constitutionele problemen zijn diverse middelen beschikbaar. Verder wordt gewerkt met baden, wikkels en inwrijvingen, omdat via de huid vaak goede therapeutische resultaten kunnen worden verkregen.