Hester Buijs, nieuw lid Raad van Bestuur Raphaëlstichting

“Ik zie een medewerkersgroep die verbonden is en geïnspireerd en een organisatie met veel initiatiefkracht.”

Hester Buijs (53) is sinds februari als lid Raad van Bestuur in functie bij de Raphaëlstichting. Daarvoor was ze werkzaam als locatiemanager van Bronlaak, een antroposofische woonwerkgemeenschap. Zij zal zich binnen de stichting in hoofdzaak gaan richten op kwaliteit en veiligheid, zorg, vastgoed en PR/communicatie.
Het interview vindt plaats op haar eerste werkdag op het centraal bureau. In de weken daarvoor maakte ze een kennismakingsronde langs de verschillende locaties.

Hester: “Ik werd overal zó gastvrij onthaald! Wat me opviel was een medewerkersgroep die verbonden is en geïnspireerd. Veel medewerkers die gekozen hebben voor de antroposofie en voor het werken met bewoners. Veel hartekracht.
Wat me ook opviel was een verzorgde, helende omgeving. En… ik ervoer trots. Dat vind ik heel belangrijk; dat mogen we in de zorg nog veel meer zijn! Natuurlijk is er van alles aan te merken en kan het altijd beter, maar je mag echt trots op dit werk zijn.
Ik heb genoten van mijn bezoek aan de bewonersraad van Breidablick. Prachtig om te zien wat voor ideeën er onder bewoners leefden en hoe trots zij waren dat zaken waar ze zich voor hadden ingezet ook waren gelukt.
Ik heb meegegeten op het woonhuis Yggdrasil van Scorlewald. Daar waren bewoners die Bronlaak-bewoners kenden. We hadden gezamenlijke kennissen waar we het over konden hebben! Dat raakte me. En zo waren er op elke locatie bijzondere ontmoetingen.”

Hester Buijs was oorspronkelijk logopediste op een Mytylschool (speciaal onderwijs voor lichamelijk gehandicapte kinderen). Na ruim twaalf jaar ging zij op zoek naar iets anders. “Ik wilde naar buiten; ik ben echt een buitenmens. Ik woonde aan de rand van Groningen. Vlakbij was de boerderij van boer Okke, een gangbaar gemengd bedrijf. Ik vertelde hem dat ik wilde weten hoe het was om boer te zijn. Daar ben ik toen op mijn vrije dag in de week gaan werken. Na een poosje wilde ik mijn ervaring aanvullen met kennis over biologisch dynamisch boeren. Zo kwam ik terecht op de Kraaybeekerhof in Driebergen. Door de biologisch-dynamische landbouw kwam ik in contact met met de antroposofie en werd mijn aandacht gewekt voor de prachtige en krachtige kwaliteit van de BD landbouw in relatie tot de mens met een ondersteuningsvraag.

Ik heb toen mijn baan als logopedist opgezegd en ging aan de slag als begeleider op een zorgtuinderij binnen de GGZ-Zuidlaren in Drenthe. Daarna werd ik begeleider op een tuinderij van de Noorderbrug, een zorgorganisatie voor mensen met een lichamelijke beperking. Daar ontdekte ik dat ik steeds weer in een coördinerende rol kwam. Toen de functie ‘teamcoördinator agrarische werkzaamheden’ op Bronlaak vacant kwam, heb ik daarop gesolliciteerd. Ik ben aldaar de dagbesteding/werken gaan aansturen en raakte zo ook bekend met de sociaal-therapeutie.
Bronlaak fuseerde in 2008 met Zonnehuizen; ik werd locatiemanager in Zuid-Limburg op de Corisberg. In december 2011 ging Zonnehuizen failliet. De locaties waar zorg en ondersteuning voor volwassenen geboden werd werden overgenomen en gingen onder een nieuwe naam verder: DeSeizoenen. Ik werd gevraagd om locatiemanager van Bronlaak te worden, een woonwerkgemeenschap voor zo’n 200 bewoners en 40 mensen in de dagbesteding.”

Rafelen
“In die na-faillissementsperiode hebben we met elkaar hard gewerkt om de antroposofische zorg weer meer inhoud te geven en om in alles de bewoner centraal te stellen. Het is niet zo makkelijk om erachter te komen wat bewoners écht willen. Je moet ze daarin begeleiden. Als je vraagt: wat is nou jouw droomwens, dan komen ze vaak in een fantasie. Het is de kunst om die af te pellen tot de kern; tot de wezenlijke wens die daarachter ligt. Wat is de échte wil, de wilsrichting.
Die weg zijn we met alle bewoners, ouders/verwanten en medewerkers gegaan. Met het uiteindelijke doel om de zorg en ondersteuning volledig af te stemmen op wat iemand in zijn of haar leven wil ontwikkelen.
We hebben daarvoor een methodiek gebruikt waardoor medewerkers de focus zijn gaan verleggen van ‘zorgen voor’ naar een houding van goed kijken en luisteren naar wat iemand aangeeft. En wat dat over diegene te zeggen heeft.
Medewerkers werden geschoold in het ‘rafelen’. Hoe kom ik er in een gesprek met een bewoner achter wat die mens écht wil. Als een bewoner zegt dat hij in een snelle auto wil rijden, dan zou er wel achter kunnen zitten dat hij de motorkap open wil doen om die moter te bekijken of het liefst een overall aan zou willen hebben die naar naar olie ruikt. Dan kun je je af gaan vragen of een werkplaats voor brommers geen goed idee zou kunnen zijn.”

Het klinkt alsof je daar erg op je plek was. Toch besloot je te solliciteren.
“Ik zat daar zeker op mijn plek. Maar ik ben ook een mens van beweging. Dat breng ik mee en dat heb ik zelf ook nodig. Ik was al 15 jaar aan Bronlaak verbonden. Ik had behoefte aan een nieuwe uitdaging en een nieuwe organisatie.
Ik denk dat ik voor de Raphaëlstichting van toegevoegde waarde kan zijn omdat ik wel iemand ben die richting geeft. Ik kan sturend volgen en volgend sturen. Ruimte heeft ook een kader nodig. Het is belangrijk om te werken binnen een speelveld dat je met elkaar hebt bepaald.
Een mooi beeld dat dit illustreert is de Mensheidsrepresentant, een beeldhouwwerk van Rudolf Steiner. Een gestalte die één hand naar de aarde (het Ahrimanische) richt en de andere hand naar boven (het Luciferische). Aan de ene kant de regels waar we mee te maken hebben en aan de andere kant: de idealen, dromen, de (v)luchtigheid. Daar het evenwicht in vinden en houden, dat is een grote uitdaging. Humor en ook durf zijn hierin mijn handlangers”

Ruimte voor bewoners
“Wat ik me dagelijks afvraag is of bewoners voldoende ruimte hebben om zichzelf te verwerkelijken. Dat ieder mens zijn talent kan inzetten om iets te verwerkelijken. In de werkgebieden, bijvoorbeeld. Maar ook: hebben de bewoners een eigen rol in de gemeenschap waarin ze leven? Niet alleen op de locaties waar ze leven, maar ook in de wereld daarbuiten. De cirkels van de vrije tijd, de plaatselijke winkels, de sportverenigingen… Hoe gaat men daar binnen de Raphaëlstichting mee om? Het is een thema dat me na aan het hart ligt en waar ik op Bronlaak intensief mee bezig ben geweest. *
Ik ben ook benieuwd naar de rol van verwanten binnen de Raphaëlstichting. Zijn zij voldoende in beeld? Spreken zij voldoende mee in deze organisatie? Ik ben erg enthousiast over de driehoekskunde van Chiel Egberts.

Op mijn kennismakingsronde zag ik hoeveel initiatiefkracht er in deze organisatie leeft. Al die bakkerijen, boerderijen, lunchrooms, vele prachtige werkplaatsen, mooie producten, woonhuizen en appartementen met al hun eigenheid, de kunstzinnige en spirituele activiteiten, de vele samenwerkingsvormen met buren en andere betrokkenen; te veel om op te noemen. Mensen krijgen in deze organisatie de ruimte om initiatieven te nemen. Dat is echt de kracht van de Raphaëlstichting ”

* Hester Buijs schreef over dit thema een visiestuk voor Bronlaak: ‘Het vuur en de fakkeldragers’.